Gates Europewereldwijd
Europa/Afrika

Europe/Africa: English (EU) français Russkij Deutsch Español Polski Italiano Türkçe Nederlands Ceština
Vermogensoverbrenging
 

Kan het vermogen van een riem nog altijd dienen als basis voor een aandrijvingsontwerp?
 
Dit artikel over vermogensoverbrenging bij synchrone riemaandrijvingen werd in 2004 gepubliceerd in de februari-editie van het Franse magazine “Entraînements et Systèmes” alsook in het decembernummer van 2003 van „Antriebstechnik“, een toonaangevend Duits industrieel vaktijdschrift. Auteur van het artikel is Matthias Farrenkopf, Gates’ Technical Director Power Transmission Industrial.
M. Farrenkopf
(Gates GmbH, Aken)
 
Veel industriële aandrijvingen met synchrone riemen worden ontworpen en geïnstalleerd door gebruikers die zich baseren op gegevens in ontwerphandboeken. Catalogi zijn handige hulpmiddelen voor fabrikanten om informatie te publiceren over bestaande gamma’s, nieuwe producten en overbrengingsvermogens. De gebruiker steunt volledig op de productinformatie, de overbrengingsvermogens en de veiligheidsfactoren voor een goede werking van de aandrijving.
Hierdoor ontstaan echter toepassingen die enerzijds overgedimensioneerd zijn en anderzijds een zeer hoge veiligheidsfactor hebben. Overgedimensioneerde toepassingen bieden de mogelijkheid om vermogens te gebruiken als een marketinginstrument en een overtuigend verkoopsargument. De levensduur van de aandrijving wordt echter zelden onderzocht.
Tijdens de ontwikkeling van de HTD® synchrone riem heeft Gates een aantal uitgebreide tests uitgevoerd, waarbij het verband werd aangetoond tussen de levensduur van de riem, de effectieve spanning van de riem en de invloed van de diameter van de spanrol. De resultaten, gebaseerd op een constante levensduur, vormden de basis van de vermogenswaarden. Deze systematische benadering werd ook toegepast op alle volgende ontwikkelingen van Gates op het gebied van synchrone riemen.
Als men de catalogusgegevens van verscheidene producten op de markt vergelijkt – volgens Gates interne testmethode – wordt duidelijk dat voor de verschillende producten een andere basis voor het meten van levensduur werd genomen. De waargenomen verschillen kunnen op geen enkele andere manier verklaard worden (Fig. 1). Het is duidelijk dat de producten dus niet rechtstreeks vergelijkbaar zijn. Men kan de overbrengingsvermogens wel uitwisselen, maar men moet er rekening mee houden dat de levensduur kan verschillen. Dit heeft niet altijd gevolgen voor overgedimensioneerde aandrijvingen, maar het kan wel invloed hebben op aandrijvingen waarvan de vermogens op de grens liggen.
Op lange termijn kan dit leiden tot onzekerheid bij de gebruikers omdat de levensduur op geen enkele manier bepaald kan worden. Deze onzekerheid kan bovendien het imago van synchrone riemaandrijvingen schaden en ervoor zorgen dat deze universele aandrijfcomponent wordt vervangen door een ander aandrijfsysteem.
Alleen de standaardisering van de werkmethodes kan deze evolutie stoppen. Uniforme en gestandaardiseerde testbanken met duidelijke testvoorwaarden geven vergelijkbare gegevens. Vastgelegde faalwijzen en –criteria, specifieke riemeigenschappen voor en na de tests en welomschreven testdoelen kunnen een grote hulp zijn voor de markt en haar gebruikers. In de automobielindustrie werd deze methodologie reeds enkele jaren geleden ingevoerd. 

power rating values

Fig. 1: Vergelijking tussen de cataloguswaarden en de testwaarden.
 


 
Product Literature Toolbar
  Print Format
  Email a Friend